Cuba

Cuba

vrijdag 8 mei 2015

Maria La Gorda- Ls Terrazas- Soroa -Cienfiegos- Trinidad


Maria La Gorda dag 2 en 3
Van storm naar regen naar zon!
Op donderdag hebben we onze eerste duik opstaan. De zee is nog steeds heel woelig, en I hate that L
Onder water merk je er echter niet veel van, maar op en af die boot geraken met al die extra kilo’s aan je lijf, is altijd een ramp.
De duikplaats zelf is heel mooi, een wall tot op 30 m, maar met spleten waar je door kan, en aan de andere kant is het een drop off, the deep blue! Hoe diep de andere kant is, weet ik niet, we zien zo ver niet. Er is geen stroming op min 20m, en we duiken door de ene spleet en komen weer terug door een andere. Telkens zien we dat mooie helle blauwe water aan de diepe kant. Easy and relaxed diving!
Als we boven komen regent het behoorlijk en zijn er nog steeds die vervelende golven. Zo vreemd dat je daar onder water niks van merkt. Iedereen moet zo snel mogelijk op de boot geraken, zodat we weer naar wal kunnen varen. Niks zo erg dan liggen zwalpen in zee of zitten op een zwalpende boot.
Ik klamp me als eerste vast aan het laddertje, vlieg een paar keer heen en weer, omhoog en omlaag voor ik mijn vinnen uit krijg.. dat zijn minstens 3 dikke blauwe plekken erbij ;-)
Ben blij wanneer ik boven ben geraakt en van al dat gewicht verlost ben. Vasthouden en niet zeeziek worden, is nu de boodschap. De sites liggen allemaal kort bij de kustlijn, dus zijn we snel weer op vaste grond.
Een ding staat vast, ze hebben hier hele mooie duiksites in Maria La Gorda. Zelf in slecht weer zie je nog meters ver. Maar geef me toch maar mooi weer hoor.
Vrijdag 1 mei, de zon schijn en het water is net niet helemaal vlak. Zalig! Yes, yes, yes, I like it.
We hebben 2 duiken gepland: een diepe en een gewone. Opnieuw easy diving en geen stroming. We zien voor het eerst zwarte koraal. Vreemd, maar toch mooi! Naast de klassieke visjes en koraal zien we een grote krab, maar ik ben net te laat voor een mooie foto, ze kroop snel in een holte weg.
Vanmorgen zat er een klein krabbetje op onze kamer! Noel heeft het heel mooi weer in het zand gedropt, hopelijk heeft het beestje zijn weg naar huis weer teruggevonden.
Op het strand zie je ze veel, net zoals kleine heremietkreeftjes.
Misschien komen we her ooit weer terug om te duiken, als het betaalbaar is en de accommodatie is vernieuwd zou ik het zeker overwegen! Een vlucht naar Havana of Varadero, en dan een taxi naar hier, en dan 10 dagen duiken, op wat ik tot nu toe, toch wel één van de mooiste duikplekken vind die we gezien hebben. Het deed me denken aan de Malediven.   En hier zijn soms ook walvishaaien te spotten! En daartussen duiken, staat nog steeds op onze wishlist!
Ons duikmateriaal is afgespoeld en hangt te drogen, nu is het tijd voor platte rust op het strand, in de schaduw van een palmboom. Je moet wel opletten voor de kokosnoten! Ze zijn groot en er hanger er veel. En als ze vallen, ploffen ze hard neer in het zand, zo wil je er echt geen op je hoofd krijgen.
Van Maria La Gorda rijden we weer naar het binnenland. We ruilen het strand voor het groene natuurpark, de heuvels en de bossen van Las Terrazas en Sonoa.
Gemiddeld rijden we amper 60km/uur. De wegen zijn onvoorstelbaar (en slecht), je mag je hier aan alles verwachten; een paardenkar, een ossenkar, een Guajiros (cowboy), een scooter, fiets... een huifkar die dienst doet als lokaal openbaar vervoer... en vrachtwagens zonder roetfilter... en die laatste geraak je niet zo gemakkelijk voorbij.
Op de autopista passen ze dezelfde techniek toe als op de skipistes: als er een gat is, dan steken ze er een paar stokken door, zetten die wat dwars en hangen er wat plastieke zakken aan, zodat je zeker het gat op tijd ziet en kan uitwijken.
Es cuba!
Las terrazas is gekend om zijn wandelroutes en om de oude koffieplantages en fabrieken.
We kiezen 2 easy walks uit. De eerste leidt naar een waterval (Salto de arco iris). Je kan er ook zwemmen! Je merkt dat het WE is. Op de parking staan, naast de paar toeristenauto’s (nummerplaat start met een T) heel wat P(articular) auto’s. De Cubanen zoeken hier in het WE duidelijk ook verkoeling.  Al voor we aan de waterval komen, horen we de Cubanen van ver. Het bruist er van het leven. Ze hebben er zelfs een BBQ opgesteld en een minibar gemaakt, en verkopen er fruit, cocktails en brochettes.  Heel wat families hebben picknick mee, en bier en rum ontbreekt nergens. Van rustig wat afkoelen en zwemmen is voor ons geen sprake. Het is zo druk en we vallen uiteraard op als toeristen hier.
Een paar jongeren dringen er op aan dat we veel foto’s nemen van hen, en we moeten die op Instagram en Twitter plaatsen, zodat iedereen Cuba leert kennen. Uiteraard zal ik dat doen!
Onze 2de easy walk is naar een mirador, slechts 2 km boven op de berg. OMG, onderweg vraag ik me meermaals af waarom ik die wandeling absoluut wou doen, het is warm drukkend en het is afzien.. Mijn tong hangt op mijn tenen, het stikt er van de muggen, ik ben kletsnat bezweet en vuil... maar eens boven is het wel weer al die moeite waard. We staan moederziel alleen op de top en hebben 360° zicht op de vallei. En rond ons cirkelen en zweven gieren mee op de thermiek. De streek is ook bekend bij vogelspotters. We kennen er zelf niet veel van, maar enkele Cubanen wijzen ons onder weg op de Cubaanse nationale trots, de Tocororo. Een heel kleurrijk beestje. Onderweg naar beneden trek ik nog heel wat mooie exemplaren, maar ik heb er geen idee van wat het zijn...
We brengen ook een bezoekje aan de banos de san Juan, het zijn piscinas naturales in een rivier. Maar ook hier is er geen sprake van even af te koelen, want dat is hot spot nummer 2 van de Cubanen in het WE. Het is er zo druk, en zo lawaaierig... elk natuurlijk zwembad zit bomvol, en de tafeltjes langs de rivier zijn allemaal ingenomen.. op 1 van de tafels lag zelf een half gebakken varken.. iedereen die passeert van de familie snijdt er gewoon een homp vlees af. Aangevuld met wat tomaten en fruit, en uiteraard rum en bier,  en je hebt een uitstekende picknick. As we weer weg rijden, zien we langs de weg dat ze zulke varkens grillen en verkopen. 
We leggen ons uiteindelijk met een lekkere mojito op de strandstoelen, onder een parasol aan het zwembad van het hotel (La Moka), om af te koelen... rustig, op ons gemak, weg van de drukte, de overrompeling, het geroep en getier, ... de waterval en de piscines naturales waren mooi, maar zo een drukte kan je je niet voorstellen (net een pretpark bij ons, in volle zomer). 
Het binnenland van Cuba is groen, vruchtbaar en mooi, (maar in het WE blijf je er best weg op sommige plekken J)
Maandag 4 mei rijden we naar Cienfuegos, weer naar de kust. Maar we stoppen eerst nog even bij een oude koffie plantage en fabriek. Je kan de molensteen, de droogplaatsen en de verblijfplaatsen van de slaven nog  zien. Het was hier vroeger de plaats van de koffie. Er waren meer dan 50 bedrijfjes actief in de glorietijden.  Daar blijft allemaal niks meer van over. Maar de koffie ik Cuba is wel nog lekker! Ze hebben 3 soorten bonen, arabica, robusta en liberica. Die laatste gebruiken ze veel in Italie om te mixen (bitterder). In Cuba zelf gebruiken ze vooral de arabica. De bonen zijn nog klein en groen, de oogst is voor ten vroegste oktober.
Op naar Cienfuegos. Ik rij het eerste stuk, en Noel loodst me zonder enig probleem langs Havana van de ene autopista naar de andere. Buiten rond Havana zelf, is er niet veel verkeer op de autopiste, maar je komt er alles tegen, paard, kar fietsers verkopers... en als je wilt oversteken doe je dat gewoon, of je rijdt gewoon over de middenberm, of even tegen de richting in,... alles kan hier. Remlichten, richtingaanwijzers, dat werkt zelden en dat heb je hier niet nodig, je steekt gewoon je arm uit het raam! We hebben hier al alle soorten bussen gezien, oud en versleten volgestouwd met mensen. Zelfs van De Lijn rijden er hier rond, of Franse of Amerikaanse schoolbussen. De toeristenbussen zijn van betere kwaliteit en van Chineese makelij. Het lokale openbare vervoer gebeurt met omgebouwde vrachtwagens. Ze zetten er wat stoeltjes in, en proppen de laadbak vol.  En in de kleinen dorpjes zijn het huifkarren.
We rijden weer tussen het suikerriet, de mangobomen, bananenbomen en avocadobomen door.
Cienfuegos in de regen, het ziet er niet zo mooi uit, in het centrum zijn de huizen wel mooi geverfd, en redelijk onderhouden, maar veel is er niet te beleven. Op de malecon lopen alleen een paar uitgewaaide en doornatte toeristen (zoals wij).   Ik denk dat iedereen binnen zit.
Dinsdag 6 mei: geen regen meer! En Cienfuegos oogt al heel wat mooier! We vernemen van een paar Engelsen dat er in Havana overstromingen zijn geweest een paar dagen geleden, met 3 doden (1 van elektrocutie). We wisten van niks, je bent hier echt van alle nieuws afgesloten omdat je amper op internet kan, en omdat je precies nergens kranten kan kopen (ik heb buiten Havana nog geen krantenwinkels gezien). Blijkbaar hebben ze voornameijk weekbladen, (maar ook die zie je nergens). En op Tv heb je zelden of nooit een deftig kanaal... Ik vermoed dat de mensen vooral naar de radio luisteren hier. We stellen vast dat onze excursie in Trinidad voor morgenvroeg op de agenda staat, maar dan zijn we er nog niet... dus zit er niks anders op dat dat te verplaatsen met 1 dag.. we bellen onze lokale agent, geen antwoord, we spreken iets in op haar antwoordapparaat, we sturen haar een sms... geen reactie... we beslissen dan maar naar het lokale agentschap van Cubanacan te gaan... maar daar kunnen ze ons ook niet helpen... We moeten dat in Trinidad zelf omboeken...euh.... even bellen naar een collega daar??? Neen hoor.. dat kan hier niet... We zagen Cienfuegos gisteren by rain en beslissen toch maar even over en weer naar Trinidad te rijden (80 km, en telkens 1,5 uur), maar we maken van de nood en deugd en rijden langs de Botanische tuin en langs het strand van Rancho Luna... dat waren we sowieso van plan. Trinidad lijkt alvast prachtig, en binnen de 5 minuten is onze excuries omgeboekt... maar hier zijn we later weer, nu moeten we weer richting Cienfuegos...    
Toch straf dat je daarvoor over en weer moet en dat het niet via telefoon kan.. of dat ze het gewoon niet voor je willen doen.
Typisch voor een land dat ondergedompeld werd in het communisme denk ik. Dat is net zoals de cigaren en de oude Amerikaanse bakken, typisch Cuba.. en dat zal met de tijd (en met de vrijere markt) ook gaan veranderen. Je merkt gewoon dat sommigen mee zijn met de veranderingen en dat sommigen het echt niet kan schelen... of ze nu veel of weinig excursies verkopen, maakt hen echt niet uit, Cubanacan is een staatsbedrijf, en er zijn hier amper 2 toeristenbureaus. 
In ons hotel Palacio Azul hebben we voor het eerst een echte behulpzame manager. We hoeven zelfs niet te vragen naar een plannetje van de stad, hij geeft het met extra uitleg aan al zijn klanten, én hij legt zijn klanten in de watten. 
De botanische tuin is eerder een botanisch ruïne.. Ooit moet het er mooi geweest zijn, maar nu ligt hij er zeer verwaarloosd bij.  We zien heel wat verschillende soorten palmen en bamboe, maar bordjes of meer uitleg vind je niet (meer) of niet meer leesbaar. De paadjes zijn overwoekerd. Tussen de orchideeën zien we wel een kolibrietje!
Op aanraden van de manager van het hotel rijden we naar Playa Rancho Luna en rijden we door naar het uiterste puntje van de baai... we zien van daar het castillo de Jagua aan de andere kant liggen. De vestiging die Cienfuegos moest verdedigen tegen de piraten vroeger! Noel zijn fantasie slaat op hol. Piraten, rum, al dat gespuis... soms doen de Cubanen ons er nog wat aan denken...
Typisch Cubaans zijn de mannen in gele pakken langs de weg. Amarillos genaamd, ze houden de Cubaanse wagens tegen die niet vol zitten. En de lokalen mogen dan meerijden. De toeristen mogen doorrijden. Soms heb ik er moeite mee dat we nooit stoppen om mensen mee te nemen, maar ze zijn hier schalks en geslepen hoor. Elke toerist heeft al wel iets vervelends meegemaakt door behulpzaam te zijn.
Onderweg passeren we een grote mangoplantage. We stoppen even om wat foto’s te maken van de rijkelijk behangen bomen, en zien de boer ze plukken. Hij roept of we er eentje willen en ik heb in Cienfuegos wat CUC kunnen wisselen in CUP (die heb je nodig om bv fruit te kopen van Cubanen) en zeg uiteraard ja, ze zien er overheerlijk uit. Ik vraag hem wat ze kosten, maar hij wil er absoluut niks voor, ik dring aan om te betalen, maar hij wil echt niets. Ik krijg al weer een beter gevoel bij de Cubanen, er zitten rotte appels tussen, maar de meesten zijn echt wel eerlijk en correct.. zo spijtig dat je de slechte er niet tussen uit kan halen.
    
Woensdag en donderdag in Trinidad
Waaauw, wat is het hier mooi!, niet voor niet Unesco werelderfgoed.  Allemaal kleine smalle straatjes in dambord, heel gezellig en kleurrijk. Een mooi plaza major met heel wat prachtige oude gebouwen rond. Alleen is het stikheet om er rond te lopen, en daarom besluiten we door te rijden naar de Playa op de Pininsula Rincon, een 15 km verder tot het wat afgekoeld is. 
Ons hotel Finca Maria Dolores ligt buiten Trinidad aan de rivier Guarumbo. Het zijn cabanas aan de rivier. Redelijk mooi, maar op ons dubbel bed liggen lakens voor een 1persoonsbed... euh... we vragen om andere en krijgen 2 enkele... tja Es Cuba ;-)
Voor we Trinidad gaan verkennen koelen we nog even af in het zwembad... en plots komen er een 20tal Cubanen binnen.. ik denk niet dat ze hier verblijven, maar dat ze van hun werk komen of zo. En ze duiken  met hun bezwete vuile kleren het zwembad in... euh.. jeansbroek, leren riem, T-shirts, kleedjes, maakt allemaal niet uit. Met de nodige flessen rum en Cola die ze uitwisselen. Dat vind ik toch wel vreemd hoor en echt niet proper...
Tip: ook al zijn de cabanas aan de rivier heel mooi.. je kan beter de Iberostar of een casa particular boeken hier.
Trinidad by night is aan te bevelen, je wandelt door hele leuke straatjes tussen koloniale gebouwen en paladares en Casas particular, leuke winkeltjes en restaurantjes door. Morgenavond komen we zeker weer. 
 
Heb ik al verteld over de krabben op het land? De eerste zagen we in Maria la Gorda, grote rode of blauwe krabben die de weg oversteken... en waar je moet tussen door slalommen om ze niet dood te rijden.. ze steken hun scharen op als ze zich bedreigd voelen. Maar tegen de 4 banden van een auto zijn ze natuurlijk niet bestand.
In dit hotel zien we er weer heel veel, ze kruipen uit de rivier het land op. En slalommen heeft hier geen zin, je kan ze gewoon niet allemaal ontwijken (al blijven we wel proberen natuurlijk). Ik denk dat de Cubanen ons gek verklaren, zij rijden ze gewoon dood.
Roadkill voor de gieren.
Trinitopes excursie: we stappen in het centrum van Trinidad op een oude Russische truck. Die gaat ons naar de Topes de Colantes brengen. Daar gaan we een wandeling maken naar een mooie waterval en ook lunchen.
Die truck op zich is al een hele belevenis. De driver is eerst onvindbaar en we vertrekken met minstens 3 kwartier vertraging... de rit is like hell (naar omhoog gaat heel langzaam, naar beneden gaat veel te snel volgens mij) en bovendien valt de truck onderweg in panne... nog een uur vertraging.. maar Es Cuba!
De wandeling naar de waterval is de moeite, weer heel vermoeiend, en afzien, en ik overwin mijn afgrond-angst weer een klein beetje... en Noel duikt zelfs in het koude water..
Het natuurpark El Escambray is echt heel mooi. We zien ook weer koffieplantages en krijgen weer wat uitleg over de streek en de dure prijs van de koffie hier.
Groen, vruchtbaar, en mooi, en niet te vergeten avontuurlijk die excursie met de truck...
EN nu maar hopen dat ik onze blog kan aanvullen en wat foto’s kan posten.
Morgen rijden we via Santa Clara weer naar Havana. Onze renault leveren we in. Ik hoop dat de uitlaat het nog 1 dagje uithoudt, en dan is het Isla de la Juventud!
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten