Maria La Gorda dag
2 en 3
Van storm naar regen naar zon!
Op donderdag hebben we onze eerste duik opstaan. De zee is
nog steeds heel woelig, en I hate that L
Onder water merk je er echter niet veel van, maar op en af
die boot geraken met al die extra kilo’s aan je lijf, is altijd een ramp.
De duikplaats zelf is heel mooi, een wall tot op 30 m, maar met
spleten waar je door kan, en aan de andere kant is het een drop off, the deep
blue! Hoe diep de andere kant is, weet ik niet, we zien zo ver niet. Er is geen
stroming op min 20m, en we duiken door de ene spleet en komen weer terug door
een andere. Telkens zien we dat mooie helle blauwe water aan de diepe kant.
Easy and relaxed diving!
Als we boven komen regent het behoorlijk en zijn er nog
steeds die vervelende golven. Zo vreemd dat je daar onder water niks van merkt.
Iedereen moet zo snel mogelijk op de boot geraken, zodat we weer naar wal
kunnen varen. Niks zo erg dan liggen zwalpen in zee of zitten op een zwalpende
boot.
Ik klamp me als eerste vast aan het laddertje, vlieg een
paar keer heen en weer, omhoog en omlaag voor ik mijn vinnen uit krijg.. dat
zijn minstens 3 dikke blauwe plekken erbij ;-)
Ben blij wanneer ik boven ben geraakt en van al dat gewicht
verlost ben. Vasthouden en niet zeeziek worden, is nu de boodschap. De sites
liggen allemaal kort bij de kustlijn, dus zijn we snel weer op vaste grond.
Een ding staat vast, ze hebben hier hele mooie duiksites in
Maria La Gorda. Zelf in slecht weer zie je nog meters ver. Maar geef me toch
maar mooi weer hoor.
Vrijdag 1 mei, de zon schijn en het water is net niet
helemaal vlak. Zalig! Yes, yes, yes, I like it.
We hebben 2 duiken gepland: een diepe en een gewone. Opnieuw
easy diving en geen stroming. We zien voor het eerst zwarte koraal. Vreemd,
maar toch mooi! Naast de klassieke visjes en koraal zien we een grote krab,
maar ik ben net te laat voor een mooie foto, ze kroop snel in een holte weg.
Vanmorgen zat er een klein krabbetje op onze kamer! Noel
heeft het heel mooi weer in het zand gedropt, hopelijk heeft het beestje zijn
weg naar huis weer teruggevonden.
Op het strand zie je ze veel, net zoals kleine
heremietkreeftjes.
Misschien komen we her ooit weer terug om te duiken, als het
betaalbaar is en de accommodatie is vernieuwd zou ik het zeker overwegen! Een
vlucht naar Havana of Varadero, en dan een taxi naar hier, en dan 10 dagen
duiken, op wat ik tot nu toe, toch wel één van de mooiste duikplekken vind die
we gezien hebben. Het deed me denken aan de Malediven. En hier zijn soms ook walvishaaien te spotten!
En daartussen duiken, staat nog steeds op onze wishlist!
Ons duikmateriaal is afgespoeld en hangt te drogen, nu is
het tijd voor platte rust op het strand, in de schaduw van een palmboom. Je
moet wel opletten voor de kokosnoten! Ze zijn groot en er hanger er veel. En
als ze vallen, ploffen ze hard neer in het zand, zo wil je er echt geen op je
hoofd krijgen.
Van Maria La Gorda rijden we weer naar het binnenland. We
ruilen het strand voor het groene natuurpark, de heuvels en de bossen van Las
Terrazas en Sonoa.
Gemiddeld rijden we amper 60km/uur. De wegen zijn
onvoorstelbaar (en slecht), je mag je hier aan alles verwachten; een
paardenkar, een ossenkar, een Guajiros (cowboy), een scooter, fiets... een
huifkar die dienst doet als lokaal openbaar vervoer... en vrachtwagens zonder
roetfilter... en die laatste geraak je niet zo gemakkelijk voorbij.
Op de autopista passen ze dezelfde techniek toe als op de
skipistes: als er een gat is, dan steken ze er een paar stokken door, zetten
die wat dwars en hangen er wat plastieke zakken aan, zodat je zeker het gat op
tijd ziet en kan uitwijken.
Es cuba!
Las terrazas
is gekend om zijn wandelroutes en om de oude koffieplantages en fabrieken.
We kiezen 2 easy walks uit. De eerste leidt naar een
waterval (Salto de arco iris). Je kan er ook zwemmen! Je merkt dat het WE is.
Op de parking staan, naast de paar toeristenauto’s (nummerplaat start met een
T) heel wat P(articular) auto’s. De Cubanen zoeken hier in het WE duidelijk ook
verkoeling. Al voor we aan de waterval
komen, horen we de Cubanen van ver. Het bruist er van het leven. Ze hebben er
zelfs een BBQ opgesteld en een minibar gemaakt, en verkopen er fruit, cocktails
en brochettes. Heel wat families hebben
picknick mee, en bier en rum ontbreekt nergens. Van rustig wat afkoelen en
zwemmen is voor ons geen sprake. Het is zo druk en we vallen uiteraard op als
toeristen hier.
Een paar jongeren dringen er op aan dat we veel foto’s nemen
van hen, en we moeten die op Instagram en Twitter plaatsen, zodat iedereen Cuba
leert kennen. Uiteraard zal ik dat doen!
Onze 2de easy walk is naar een mirador, slechts 2
km boven op de berg. OMG, onderweg vraag ik me meermaals af waarom ik die
wandeling absoluut wou doen, het is warm drukkend en het is afzien.. Mijn tong
hangt op mijn tenen, het stikt er van de muggen, ik ben kletsnat bezweet en
vuil... maar eens boven is het wel weer al die moeite waard. We staan
moederziel alleen op de top en hebben 360° zicht op de vallei. En rond ons
cirkelen en zweven gieren mee op de thermiek. De streek is ook bekend bij
vogelspotters. We kennen er zelf niet veel van, maar enkele Cubanen wijzen ons
onder weg op de Cubaanse nationale trots, de Tocororo. Een heel kleurrijk
beestje. Onderweg naar beneden trek ik nog heel wat mooie exemplaren, maar ik
heb er geen idee van wat het zijn...
We brengen ook een bezoekje aan de banos de san Juan, het
zijn piscinas naturales in een rivier. Maar ook hier is er geen sprake van even
af te koelen, want dat is hot spot nummer 2 van de Cubanen in het WE. Het is er
zo druk, en zo lawaaierig... elk natuurlijk zwembad zit bomvol, en de tafeltjes
langs de rivier zijn allemaal ingenomen.. op 1 van de tafels lag zelf een half
gebakken varken.. iedereen die passeert van de familie snijdt er gewoon een
homp vlees af. Aangevuld met wat tomaten en fruit, en uiteraard rum en
bier, en je hebt een uitstekende
picknick. As we weer weg rijden, zien we langs de weg dat ze zulke varkens
grillen en verkopen.
We leggen ons uiteindelijk met een lekkere mojito op de
strandstoelen, onder een parasol aan het zwembad van het hotel (La Moka), om af
te koelen... rustig, op ons gemak, weg van de drukte, de overrompeling, het
geroep en getier, ... de waterval en de piscines naturales waren mooi, maar zo
een drukte kan je je niet voorstellen (net een pretpark bij ons, in volle
zomer).
Het binnenland van Cuba is groen, vruchtbaar en mooi, (maar
in het WE blijf je er best weg op sommige plekken J)
Maandag 4 mei rijden we naar Cienfuegos, weer naar de kust.
Maar we stoppen eerst nog even bij een oude koffie plantage en fabriek. Je kan
de molensteen, de droogplaatsen en de verblijfplaatsen van de slaven nog zien. Het was hier vroeger de plaats van de
koffie. Er waren meer dan 50 bedrijfjes actief in de glorietijden. Daar blijft allemaal niks meer van over. Maar
de koffie ik Cuba is wel nog lekker! Ze hebben 3 soorten bonen, arabica,
robusta en liberica. Die laatste gebruiken ze veel in Italie om te mixen
(bitterder). In Cuba zelf gebruiken ze vooral de arabica. De bonen zijn nog
klein en groen, de oogst is voor ten vroegste oktober.
Op naar Cienfuegos.
Ik rij het eerste stuk, en Noel loodst me zonder enig probleem langs Havana van
de ene autopista naar de andere. Buiten rond Havana zelf, is er niet veel
verkeer op de autopiste, maar je komt er alles tegen, paard, kar fietsers
verkopers... en als je wilt oversteken doe je dat gewoon, of je rijdt gewoon
over de middenberm, of even tegen de richting in,... alles kan hier.
Remlichten, richtingaanwijzers, dat werkt zelden en dat heb je hier niet nodig,
je steekt gewoon je arm uit het raam! We hebben hier al alle soorten bussen
gezien, oud en versleten volgestouwd met mensen. Zelfs van De Lijn rijden er
hier rond, of Franse of Amerikaanse schoolbussen. De toeristenbussen zijn van
betere kwaliteit en van Chineese makelij. Het lokale openbare vervoer gebeurt
met omgebouwde vrachtwagens. Ze zetten er wat stoeltjes in, en proppen de
laadbak vol. En in de kleinen dorpjes
zijn het huifkarren.
We rijden weer tussen het suikerriet, de mangobomen,
bananenbomen en avocadobomen door.
Cienfuegos in de regen, het ziet er niet zo mooi uit, in het
centrum zijn de huizen wel mooi geverfd, en redelijk onderhouden, maar veel is
er niet te beleven. Op de malecon lopen alleen een paar uitgewaaide en
doornatte toeristen (zoals wij). Ik
denk dat iedereen binnen zit.
Dinsdag 6 mei: geen regen meer! En Cienfuegos oogt al heel
wat mooier! We vernemen van een paar Engelsen dat er in Havana overstromingen
zijn geweest een paar dagen geleden, met 3 doden (1 van elektrocutie). We
wisten van niks, je bent hier echt van alle nieuws afgesloten omdat je amper op
internet kan, en omdat je precies nergens kranten kan kopen (ik heb buiten Havana
nog geen krantenwinkels gezien). Blijkbaar hebben ze voornameijk weekbladen,
(maar ook die zie je nergens). En op Tv heb je zelden of nooit een deftig
kanaal... Ik vermoed dat de mensen vooral naar de radio luisteren hier. We
stellen vast dat onze excursie in Trinidad voor morgenvroeg op de agenda staat,
maar dan zijn we er nog niet... dus zit er niks anders op dat dat te
verplaatsen met 1 dag.. we bellen onze lokale agent, geen antwoord, we spreken
iets in op haar antwoordapparaat, we sturen haar een sms... geen reactie... we
beslissen dan maar naar het lokale agentschap van Cubanacan te gaan... maar
daar kunnen ze ons ook niet helpen... We moeten dat in Trinidad zelf
omboeken...euh.... even bellen naar een collega daar??? Neen hoor.. dat kan
hier niet... We zagen Cienfuegos gisteren by rain en beslissen toch maar even
over en weer naar Trinidad te rijden (80 km, en telkens 1,5 uur), maar we maken
van de nood en deugd en rijden langs de Botanische tuin en langs het strand van
Rancho Luna... dat waren we sowieso van plan. Trinidad lijkt alvast prachtig,
en binnen de 5 minuten is onze excuries omgeboekt... maar hier zijn we later
weer, nu moeten we weer richting Cienfuegos...
Toch straf dat je daarvoor over en weer moet en dat het niet
via telefoon kan.. of dat ze het gewoon niet voor je willen doen.
Typisch voor een land dat ondergedompeld werd in het
communisme denk ik. Dat is net zoals de cigaren en de oude Amerikaanse bakken,
typisch Cuba.. en dat zal met de tijd (en met de vrijere markt) ook gaan
veranderen. Je merkt gewoon dat sommigen mee zijn met de veranderingen en dat
sommigen het echt niet kan schelen... of ze nu veel of weinig excursies
verkopen, maakt hen echt niet uit, Cubanacan is een staatsbedrijf, en er zijn
hier amper 2 toeristenbureaus.
In ons hotel Palacio Azul hebben we voor het eerst een echte
behulpzame manager. We hoeven zelfs niet te vragen naar een plannetje van de
stad, hij geeft het met extra uitleg aan al zijn klanten, én hij legt zijn
klanten in de watten.
De botanische tuin is eerder een botanisch ruïne.. Ooit moet
het er mooi geweest zijn, maar nu ligt hij er zeer verwaarloosd bij. We zien heel wat verschillende soorten palmen
en bamboe, maar bordjes of meer uitleg vind je niet (meer) of niet meer leesbaar.
De paadjes zijn overwoekerd. Tussen de orchideeën zien we wel een kolibrietje!
Op aanraden van de manager van het hotel rijden we naar
Playa Rancho Luna en rijden we door naar het uiterste puntje van de baai... we
zien van daar het castillo de Jagua aan de andere kant liggen. De vestiging die
Cienfuegos moest verdedigen tegen de piraten vroeger! Noel zijn fantasie slaat
op hol. Piraten, rum, al dat gespuis... soms doen de Cubanen ons er nog wat aan
denken...
Typisch Cubaans zijn de mannen in gele pakken langs de weg.
Amarillos genaamd, ze houden de Cubaanse wagens tegen die niet vol zitten. En
de lokalen mogen dan meerijden. De toeristen mogen doorrijden. Soms heb ik er
moeite mee dat we nooit stoppen om mensen mee te nemen, maar ze zijn hier
schalks en geslepen hoor. Elke toerist heeft al wel iets vervelends meegemaakt
door behulpzaam te zijn.
Onderweg passeren we een grote mangoplantage. We stoppen
even om wat foto’s te maken van de rijkelijk behangen bomen, en zien de boer ze
plukken. Hij roept of we er eentje willen en ik heb in Cienfuegos wat CUC
kunnen wisselen in CUP (die heb je nodig om bv fruit te kopen van Cubanen) en
zeg uiteraard ja, ze zien er overheerlijk uit. Ik vraag hem wat ze kosten, maar
hij wil er absoluut niks voor, ik dring aan om te betalen, maar hij wil echt
niets. Ik krijg al weer een beter gevoel bij de Cubanen, er zitten rotte appels
tussen, maar de meesten zijn echt wel eerlijk en correct.. zo spijtig dat je de
slechte er niet tussen uit kan halen.
Woensdag en
donderdag in Trinidad
Waaauw, wat is het hier mooi!, niet voor niet Unesco
werelderfgoed. Allemaal kleine smalle
straatjes in dambord, heel gezellig en kleurrijk. Een mooi plaza major met heel
wat prachtige oude gebouwen rond. Alleen is het stikheet om er rond te lopen,
en daarom besluiten we door te rijden naar de Playa op de Pininsula Rincon, een
15 km verder tot het wat afgekoeld is.
Ons hotel Finca Maria Dolores ligt buiten Trinidad aan de
rivier Guarumbo. Het zijn cabanas aan de rivier. Redelijk mooi, maar op ons
dubbel bed liggen lakens voor een 1persoonsbed... euh... we vragen om andere en
krijgen 2 enkele... tja Es Cuba ;-)
Voor we Trinidad gaan verkennen koelen we nog even af in het
zwembad... en plots komen er een 20tal Cubanen binnen.. ik denk niet dat ze
hier verblijven, maar dat ze van hun werk komen of zo. En ze duiken met hun bezwete vuile kleren het zwembad in...
euh.. jeansbroek, leren riem, T-shirts, kleedjes, maakt allemaal niet uit. Met
de nodige flessen rum en Cola die ze uitwisselen. Dat vind ik toch wel vreemd
hoor en echt niet proper...
Tip: ook al zijn de cabanas aan de rivier heel mooi.. je kan
beter de Iberostar of een casa particular boeken hier.
Trinidad by night is aan te bevelen, je wandelt door hele
leuke straatjes tussen koloniale gebouwen en paladares en Casas particular,
leuke winkeltjes en restaurantjes door. Morgenavond komen we zeker weer.
Heb ik al verteld over de krabben op het land? De eerste
zagen we in Maria la Gorda, grote rode of blauwe krabben die de weg
oversteken... en waar je moet tussen door slalommen om ze niet dood te rijden..
ze steken hun scharen op als ze zich bedreigd voelen. Maar tegen de 4 banden
van een auto zijn ze natuurlijk niet bestand.
In dit hotel zien we er weer heel veel, ze kruipen uit de
rivier het land op. En slalommen heeft hier geen zin, je kan ze gewoon niet
allemaal ontwijken (al blijven we wel proberen natuurlijk). Ik denk dat de
Cubanen ons gek verklaren, zij rijden ze gewoon dood.
Roadkill voor de gieren.
Trinitopes excursie: we stappen in het centrum van Trinidad
op een oude Russische truck. Die gaat ons naar de Topes de Colantes brengen.
Daar gaan we een wandeling maken naar een mooie waterval en ook lunchen.
Die truck op zich is al een hele belevenis. De driver is
eerst onvindbaar en we vertrekken met minstens 3 kwartier vertraging... de rit
is like hell (naar omhoog gaat heel langzaam, naar beneden gaat veel te snel
volgens mij) en bovendien valt de truck onderweg in panne... nog een uur
vertraging.. maar Es Cuba!
De wandeling naar de waterval is de moeite, weer heel
vermoeiend, en afzien, en ik overwin mijn afgrond-angst weer een klein
beetje... en Noel duikt zelfs in het koude water..
Het natuurpark El Escambray is echt heel mooi. We zien ook
weer koffieplantages en krijgen weer wat uitleg over de streek en de dure prijs
van de koffie hier.
Groen, vruchtbaar, en mooi, en niet te vergeten avontuurlijk
die excursie met de truck...
EN nu maar hopen dat ik onze blog kan aanvullen en wat
foto’s kan posten.
Morgen rijden we via Santa Clara weer naar Havana. Onze
renault leveren we in. Ik hoop dat de uitlaat het nog 1 dagje uithoudt, en dan
is het Isla de la Juventud!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten